Subsidieregelingen en investeringsaftrek voor milieu vriendelijke investeringen.

 

Bouwen is naast investeren, exploiteren en financieren in vastgoed, ook naar de toekomst kijken. En daarbij spelen innovatie, milieu, energie en kostenbesparingen, met de daarbij behorende investeringen een steeds belangrijkere rol spelen.

Echter als ondernemer hoeft u dat niet helemaal alleen te doen. Er zijn tal van subsidies en regelingen die als u aan de regels voldoet daarbij kunnen helpen en de haalbaarheid van uw project kunnen vergroten of mogelijk maken.

Hoex heeft de afgelopen periode veel ervaring opgedaan met dit soort projecten. We ondersteunen u daarbij en leveren de benodigde gegevens voor de administratieve onderbouwing aan. En als onze kennis te kort schiet dan hebben we een netwerk aan adviseurs die u daarmee kunnen helpen.

templates-small

GPR gebouw en Bream

 

De duurzaamheid van uw gebouw bepalen? Dat kan aan de hand van de bekende GPR methodiek of met Bream. Bedrijfsmatige investeerders en gebruikers kunnen voor de ontwikkeling en realisatie van GPR of Bream gecertificeerde gebouwen gebruik maken van de fiscale subsidieregeling MIAVamil. De complete gebouwkosten komen dan voor subsidie in aanmerking.

GPR gebouw / Bream

Om in aanmerking te komen voor subsidie moet de nieuwbouw of renovatie van uw bedrijfsgebouw voldoen aan bepaalde scores per thema. De thema’s die in kaart worden gebracht zijn: energie, gezondheid, gebruikskwaliteit, toekomstwaarde en milieu.

Subsidievoordeel

Afhankelijk van de duurzaamheidsscore, maar ook of het een nieuw- of verbouwproject betreft bestaat subsidievoordeel uit een extra aftrekpost. Deze aftrekpost varieert van 13,5 tot 36% van de stichtingskosten (exclusief de kosten voor grondverwerving).

Daarnaast kan 75% van de gebouwkosten vrij worden afgeschreven. Met name voor vastgoedpartijen die normaal tot aan de WOZ-waarde mogen afschrijven, biedt dit interessante kansen.

Relevante artikelen

6 januari 2015

Rijksoverheid publiceert Energielijst en Milieulijst voor 2015

 

Om investeringen te stimuleren die leiden tot energiebesparing en bescherming van het milieu heeft de overheid een aantal fiscale instrumenten in het leven geroepen: de energie-investeringsaftrek (EIA), de willekeurige afschrijving milieu-bedrijfsmiddelen (Vamil) en de milieu-investeringsaftrek (MIA). De daarin opgenomen Energielijst respectievelijk Milieulijst zijn op 30 december jl. via twee publicaties aangepast voor het komend kalenderjaar 2015. Voor de drie regelingen tezamen heeft de overheid in 2015 een budget beschikbaar gesteld van 237 mln euro.

De energie-investeringsaftrek EIA (Uitvoeringsregeling EIA 2001) biedt ondernemers die investeren in energiebesparende bedrijfsmiddelen – of onderdelen daarvan – een fiscaal voordeel. Zo’n 160 energiebesparende middelen, waaronder in 2015 droog- en verwarmingssystemen voor ventilatielucht, een direct gasgestookte hoogtemperatuur tapwaterboiler voor bedrijfsprocessen, en energiezuinige koeling voor serverruimten, zijn opgenomen in de Energielijst 2015. Bedrijven die investeren in middelen die op de Energielijst voorkomen, mogen 41,5 procent extra van de investeringskosten aftrekken van de fiscale winst. Dat betekent bij een winstbelasting van 25 procent dat het bedrijf ca. 10 procent van het investeringsbedrag terugkrijgt van de Belastingdienst. Een aanscherping van de regeling is dat een bedrijf in 2015 pas in aanmerking komt voor EIA als ook de locatie waarop het bedrijfsmiddel in gebruik wordt genomen bekend is. Het EIA-budget voor 2015 is vastgesteld op 106 mln euro.

Met de Vamil en de MIA (Aanwijzingsregeling Vamil en MIA 2009) worden investeringen in bedrijfsmiddelen die in het belang zijn van de bescherming van het Nederlandse milieu fiscaal gestimuleerd. De willekeurige afschrijving milieu-bedrijfsmiddelen Vamil is daarbij in tegenstelling tot de MIA specifiek gericht op een stimulering van de marktintroductie van nog-niet-gangbare bedrijfsmiddelen. Het Vamil-budget voor 2015 is vastgesteld op 38 mln euro, het MIA-budget op 93 mln euro.

De regelingen sluiten zoveel mogelijk aan op de beleidsnota Groene Groei van het Kabinet, de modernisering van het milieubeleid, het topsectorenbeleid en afspraken uit het SER-Energieakkoord. Met de inwerkingtredingsdatum van de wijzigingen per 1 januari 2015 sluit de overheid aan bij het systeem van de fiscale wetgeving dat uitgaat van kalenderjaren. Aanvragen kunnen net als voorheen worden ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Bron: VEMW, 6 januari 2015

13 januari 2015

Kabinet houdt SDE+ open voor projecten in buitenland

 

Wanneer het nodig is om de doelen voor het realiseren van hernieuwbare energie opwekking te halen in 2020 (14%) en 2023 (16%),  moeten ook samenwerkingsmechanismen met andere EU-lidstaten ingezet kunnen worden. Dit kan inhouden dat SDE+ subsidiegelden ingezet worden in het buitenland. Het Kabinet zal dat pas doen wanneer het onvermijdelijk is en na overleg met de Kamer.

Met dit besluit schuift het Kabinet een motie van de ChristenUnie en GroenLinks terzijde die het Kabinet verzoekt af te zien van besteding of voorbereidende activiteiten voor besteding van SDE+ geld in het buitenland.

In een brief aan de Tweede Kamer geeft minister Kamp (EZ) aan dat in 2016 een evaluatie plaatsvindt m.b.t. de voortgang van het behalen van de doelen voor het realiseren van hernieuwbare energie in 2020 en 2023. Op basis van die evaluatie kan besloten worden om aanvullende maatregelen te nemen als het doelbereik blijkt tegen te vallen.  Die maatregelen kunnen inhouden dat SDE+ geld in het buitenland besteed wordt voor grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten. Dat is niet alleen in lijn met de afspraken in het Energieakkoord, maar ook de Europese Richtlijn voor hernieuwbare energie. Omdat de Europese Commissie Nederland hierop ook zal aanspreken en mogelijk sanctioneren wanneer de gestelde doelen niet gehaald worden én omdat grensoverschrijdende samenwerkingsprojecten een bijdrage kunnen zijn aan de vervolmaking van de interne Europese energiemarkt met een efficiëntere en meer Europese aanpak voor de stimulering van hernieuwbare energie, schuift de minister de motie van ChristenUnie en GroenLinks terzijde.  De minister verbindt aan het openhouden van de mogelijkheid voor stimulering van hernieuwbare energieprojecten in het buitenland met SDE+ gelden wel de voorwaarden dat die optie onvermijdelijk moet blijken te zijn om de gestelde doelen te halen en overleg met de Kamer in deze.

Bron: VEMW, 13 januari 2015